Deel 22.
Abshoven, wel en wee van een monument en zijn bewoners, 2014 [262 p.]
Jo Dukers, Marijke Geilen, Harry Gijsen, Jean van Haen, A.M.P.P. (Guus) Janssen, Sjef Kubben, René Lauwers, Harrie Palmen, Rob Pernot, Jan Schrader, Harry Strijkers, Peter Vossen, René Vroomen.
Als eerste wordt de geschiedenis van landschap en natuur waarin de gebouwen liggen besproken door Jo Dukers. Dan volgt een hoofdstuk over de uithoeve Abshoven behorende bij de abdij van Valdieu of Godsdal. Dit betreft de periode vanaf de dertiende eeuw tot ca 1800, de periode dat de monniken van Valdieu de hoeve beheerden. Dit hoofdstuk bevat ook tot nu toe onbekend materiaal en is geschreven door Guus Janssen. Hoofdstuk drie gaat over Abshoven in de Franse Tijd, als het als kerkelijk goed is onteigend door de (Franse) staat en er een tijd lang een beroemde Franse veldmaarschalk, Louis Alexandre Berthier, prins van Neufchatel en Wagram eigenaar was. Deze periode is beschreven door Jan Schrader. Dan volgt de periode 1820-1901: Abshoven is dan een particulier landgoed. Tijdens deze 80 jaar zijn er drie achtereenvolgende eigenaars-families, namelijk de families Strengnart (1820-1876), Cremers (1876-1882 met uitloper tot 1905) en Roberti (1882-1901). Tijdens een groot deel van deze periode was er weer een pachter op de boerderij (die geheel verdwenen is) en woonde de familie in het hoofdgebouw (waarvan nu nog alleen de kelders en een stuk van de begane grond als ruïne over zijn). Deze periode wordt besproken door René Lauwers.
Het volgende hoofdstuk is het hart van het boek: de periode van de zusters en hun kinderhuis 1901-1994, een periode waaraan nog vele Munstergeleners (en zij niet alleen) herinneringen hebben. De gebouwen die nu weer in gebruik genomen zijn stammen uit deze periode. Dit hoofdstuk start met een kroniek over die periode, samengesteld door Sjef Kubben en Harrie Gijsen. Dan volgt er een greep uit de herinneringen aan deze periode op Abshoven van personen die er op verschillende manieren mee te maken hebben gehad. Dat kan zijn als directeur, als groepsleider, als bewoner, als geestelijke, enzovoorts. Aan het eind van dit hoofdstuk vinden we dan nog een fotogalerij over deze nog recente periode.
Vervolgens beschrijven Peter Vossen en Harry Palmen de gebouwen van Abshoven zoals die waren vóór de brand, met extra aandacht voor architect Kayser, en met vele illustraties. Alle plannen die daarna zijn gemaakt worden vervolgens door Jo Dukers beschreven. Dan zet Guus Janssen nog eens uiteen of Abshoven na de brand nu wel of niet een monument moest blijven en geeft hij een overzicht van alle processen die daarover zijn gevoerd. Het laatste hoofdstuk is voor de nieuwe heren van Abshoven, René Joosten en Frank Bessems, die vertellen over hoe zij van een ruïne weer een bruikbaar gebouw maakten, wat zij daarbij allemaal tegenkwamen, en wat de nieuwe bestemming inhoudt. Ook hier weer tal van foto's die de restauratie illustreren. Een namenindex sluit vervolgens het boek af.
ISBN/EAN: 978-90-72115-21-8. Prijs € 24,- excl. verzendkosten, bestel boek
('Contactpersonen' van de Stichting Monografieen krijgen 10% korting op de prijs)